Waarom klopt mijn internetsnelheidstest niet?
Een internetsnelheidstest kan lager of wisselender uitvallen dan de snelheid van uw abonnement. Wifi, drukte, een verkeerde testmethode, routerproblemen en storingen bij de provider spelen vaak een rol. Met een bekabelde meting en enkele controles bepaalt u waar het verschil ontstaat en hoe u de verbinding verbetert.
Wat betekent het als een snelheidstest niet klopt?
Wanneer een internetsnelheidstest een lagere snelheid toont dan uw abonnement belooft, betekent dat niet automatisch dat uw internetverbinding defect is. De test meet de prestaties op één moment en via een specifieke route tussen uw apparaat en een testserver. De uitkomst kan daarom afwijken van de maximale downloadsnelheid of uploadsnelheid van uw abonnement.
Let ook op het verschil tussen megabit per seconde (Mbit/s) en megabyte per seconde (MB/s). Downloads in een browser of app tonen soms MB/s, terwijl providers en snelheidstests meestal Mbit/s gebruiken. Eén byte bestaat uit acht bits, waardoor 100 Mbit/s theoretisch overeenkomt met maximaal ongeveer 12,5 MB/s.
Wifi kan de meting sterk beïnvloeden
Een draadloze verbinding haalt niet altijd dezelfde snelheid als een directe verbinding met de router of modem. Afstand, muren, vloeren en metalen objecten verzwakken het wifi-signaal. Ook andere netwerken in de buurt kunnen storing veroorzaken, vooral op drukke 2,4GHz-kanalen. Een apparaat dat alleen oudere wifi-standaarden ondersteunt, kan bovendien de test beperken.
Voer daarom een tweede meting uit naast de router en vergelijk die met een meting via een ethernetkabel. Als de bekabelde snelheid duidelijk hoger is, ligt het verschil waarschijnlijk bij wifi en niet bij de aansluiting van uw ISP.
Andere apparaten gebruiken bandbreedte
Streaming, cloudback-ups, videogesprekken, online games en downloads op andere apparaten delen dezelfde internetverbinding. Een televisie die video streamt of een telefoon die foto's synchroniseert, kan tijdens de test een deel van de beschikbare capaciteit gebruiken. Dit is vooral zichtbaar bij aansluitingen met beperkte upload- of downloadsnelheid.
Controleer tijdens de meting welke apparaten actief zijn. Pauzeer grote downloads en back-ups tijdelijk en test daarna opnieuw. Een snelheidstest op een rustig netwerk geeft een beter beeld van de capaciteit van uw aansluiting.
De testserver of testmethode is niet geschikt
De afstand tot de testserver, de capaciteit van die server en de netwerkroute kunnen de uitslag beïnvloeden. Een enkele meting is daarom geen betrouwbaar bewijs van een structureel probleem. Browserextensies, een VPN, beveiligingssoftware en een druk tabblad kunnen de meting eveneens verstoren.
Gebruik een recente browser of de officiële testapp, sluit andere netwerktoepassingen en voer meerdere metingen uit op verschillende momenten. Kies indien mogelijk een testserver in Nederland of een nabijgelegen regio. Noteer de datum, verbindingstype, downloadsnelheid, uploadsnelheid en latency.
Router, modem of netwerkapparaat beperkt de snelheid
Een verouderde router kan moeite hebben met een snelle glasvezel-, kabel- of DSL-aansluiting. Ook een defecte ethernetkabel, een beperkte netwerkpoort of een verkeerde configuratie kan de snelheid begrenzen. Sommige routers schakelen terug naar een lagere verbinding wanneer een kabel of poort niet goed werkt.
Start het modem en de router opnieuw op en controleer of de ethernetverbinding op 1 Gbit/s of de verwachte snelheid synchroniseert. Gebruik geschikte kabels, controleer firmware-updates en test rechtstreeks op het modem wanneer uw provider dat ondersteunt. Bedenk dat een directe modemtest tijdelijk de normale routerbeveiliging of thuisnetwerkconfiguratie kan omzeilen.
De internetverbinding van de provider heeft een probleem
Een storing, onderhoud, overbelasting of probleem in het toegangsnetwerk kan de gemeten snelheid verlagen. Bij kabel en DSL kan de afstand tot apparatuur of de kwaliteit van de lijn invloed hebben. Bij glasvezel kan een probleem in de lokale aansluiting, het optische modem of het netwerk van de operator optreden.
Vergelijk meerdere bekabelde metingen met de snelheid die in uw abonnement staat. Controleer de storingspagina van uw ISP en vraag de provider om de lijn te testen als de afwijking blijvend is. Geef daarbij concrete meetresultaten door in plaats van alleen te melden dat het internet traag voelt.
Zo bepaalt u waar het probleem zit
- Sluit een computer rechtstreeks met ethernet aan op de router.
- Pauzeer streaming, downloads, uploads, VPN-gebruik en cloudback-ups.
- Voer drie metingen uit op verschillende tijdstippen en noteer ook latency.
- Herhaal de test via wifi op dezelfde locatie en vergelijk de resultaten.
- Test eventueel met een tweede apparaat om een probleem met de computer uit te sluiten.
Een lage snelheid op zowel ethernet als wifi wijst eerder op de router, modem, aansluiting of provider. Een goede bekabelde meting met een slechte wifi-meting wijst meestal op dekking, interferentie of de draadloze apparatuur. Een hoge downloadsnelheid met een ongewoon hoge latency, jitter of packet loss kan duiden op netwerkdrukte of een instabiele verbinding.
Wat kunt u doen om de snelheid te verbeteren?
- Plaats de router centraal en vrij, niet in een kast of direct naast storingsbronnen.
- Gebruik 5GHz of 6GHz wanneer uw apparaten dit ondersteunen en de afstand beperkt is.
- Gebruik ethernet voor vaste apparaten, videoconferenties en andere toepassingen waarbij stabiliteit belangrijk is.
- Werk router- en modemsoftware bij en vervang beschadigde kabels.
- Beperk gelijktijdige grote downloads en uploads tijdens belangrijke werkzaamheden.
- Schakel een VPN tijdelijk uit om te controleren of die de snelheid of latency beïnvloedt.
- Neem contact op met uw provider wanneer bekabelde metingen structureel onder de verwachte snelheid blijven.
Vergelijk de resultaten altijd met de voorwaarden van uw abonnement. De geadverteerde snelheid is vaak een maximale of verwachte snelheid; de daadwerkelijke uitkomst hangt af van de gebruikte techniek, het netwerk, de apparatuur en de omstandigheden tijdens de meting.
