Waarom is MB naar Mbps speedtest lager dan verwacht?
Een MB naar Mbps speedtest lijkt vaak lager door het verschil tussen bytes en bits, netwerkverlies, Wi-Fi en serverkeuze.
Waarom MB en Mbps niet hetzelfde zijn
De afkorting MB staat voor megabyte, terwijl Mbps staat voor megabit per seconde. Eén byte bestaat uit acht bits. Daarom komt 1 MB/s theoretisch overeen met 8 Mbps. Een downloadsnelheid van 100 Mbps betekent dus ongeveer 12,5 MB/s voordat overhead en andere verliezen worden meegerekend. Een speedtest toont meestal Mbps, terwijl een downloadprogramma soms MB/s gebruikt.
Veelvoorkomende oorzaken van een lagere snelheid
Verschil tussen bits en bytes
De meest voorkomende oorzaak is een verkeerde vergelijking. Een abonnement van 200 Mbps levert theoretisch maximaal ongeveer 25 MB/s op. Wie 25 Mbps in een downloadvenster ziet, vergelijkt mogelijk twee verschillende eenheden. Controleer daarom eerst of de toepassing MB/s of Mbps toont.
Wi-Fi verliest capaciteit
Wi-Fi haalt zelden dezelfde snelheid als een bekabelde verbinding. Afstand tot de router, muren, storende naburige netwerken en een oudere Wi-Fi-standaard verlagen de effectieve downloadsnelheid. Ook delen meerdere apparaten dezelfde draadloze capaciteit.
De router of modem vormt een beperking
Een verouderde router, een verkeerde configuratie of een modem met onvoldoende capaciteit kan de verbinding afremmen. Controleer of de WAN- en LAN-poorten de snelheid van je glasvezel-, kabel- of DSL-aansluiting ondersteunen. Firmwareproblemen kunnen eveneens instabiliteit veroorzaken.
De testserver of route is niet optimaal
Een speedtest gebruikt een specifieke server en netwerkroute. Drukte op die server, congestie bij de ISP of een ongunstige route naar het testpunt kan een lagere uitslag geven. Eén meting zegt daarom weinig over de structurele snelheid van je aansluiting.
Andere apparaten gebruiken de verbinding
Streaming, cloudback-ups, updates en downloads op andere apparaten verdelen de beschikbare bandbreedte. Vooral uploads kunnen de verbinding belasten en daardoor ook de downloadsnelheid, latency en jitter beïnvloeden.
De internetverbinding heeft technische beperkingen
Bij DSL hangt de snelheid onder meer af van de afstand tot de wijkcentrale en de kwaliteit van de koperlijn. Bij kabelinternet kan gedeelde capaciteit tijdens drukke uren invloed hebben. Glasvezel is doorgaans stabieler, maar ook daar kunnen een storing, netwerkonderhoud of een probleem bij de aansluiting optreden.
Hoe controleer je de werkelijke snelheid?
- Gebruik eerst een netwerkkabel rechtstreeks tussen computer en router.
- Stop tijdelijke downloads, streams, VPN-verbindingen en cloud-synchronisatie.
- Voer meerdere metingen uit op verschillende momenten van de dag.
- Test indien mogelijk met twee verschillende speedtestservers.
- Noteer download, upload, latency, jitter en packet loss.
- Vergelijk de uitslag in Mbps met de geadverteerde snelheid van je ISP of operator.
Gebruik je Wi-Fi, herhaal de meting daarna op 5 GHz of 6 GHz en ga dichter bij de router staan. Een groot verschil tussen kabel en Wi-Fi wijst meestal op het lokale netwerk en niet direct op de aansluiting.
MB correct omrekenen naar Mbps
Vermenigvuldig een waarde in MB/s met acht om Mbps te berekenen. Bijvoorbeeld: 10 MB/s × 8 = 80 Mbps. Omgekeerd deel je Mbps door acht om een theoretische waarde in MB/s te krijgen. Houd rekening met protocoloverhead, versleuteling en opslagprestaties, waardoor de praktische downloadsnelheid iets lager ligt.
Praktische verbeteringen
- Gebruik voor een betrouwbare test een recente computer en een gigabit- of snellere Ethernetverbinding.
- Plaats de router centraal en vrij, weg van metalen objecten en storingsbronnen.
- Werk de firmware van modem en router bij.
- Kies een minder druk Wi-Fi-kanaal of gebruik een modern mesh-systeem.
- Beperk grote uploads en back-ups tijdens de speedtest.
- Herstart modem en router wanneer de verbinding langdurig instabiel is.
- Neem contact op met je ISP wanneer bekabelde metingen consequent duidelijk onder de verwachte snelheid liggen.
Wanneer is verder onderzoek nodig?
Een beperkte afwijking tussen de theoretische en gemeten snelheid is normaal. Blijft de bekabelde snelheid op verschillende momenten veel lager, of zie je regelmatig hoge latency, jitter of packet loss, dan kan er sprake zijn van congestie, een lijnprobleem of een defecte netwerkcomponent. Bewaar de meetresultaten en geef tijdstippen, gebruikte verbinding en testserver door aan je provider.
Meer uitleg over netwerkmetingen vind je op speedtest.im.
